[pagevisual]

De Ambachtsman, de mens als maker: drie uitdagingen

Door: Marguerithe de Man, programmamanager van In de Wind met een passie voor het ontwerpen van leeromgevingen

Dit is de tweede blog  in een drieluik naar aanleiding van het boek , de mens als maker van .Deel 1 leest u hier.

De definitie en de positionering  van de organisatieadviseur als mentale kenniswerker draagt volgens mij niet bij aan de ontwikkeling van het ambacht van ons vak.  Op basis van de inzichten uit het boek zie ik drie concrete uitdagingen voor en veranderaars:

1 Sennett begint zijn boek met een ontmoeting met zijn docente Hannah Arendt. Zij schreef in The Human Condition uitgebreid over de arbeidende mens, de werkende mens en de handelende mens. Haar conclusie is dat elk mens tegenwoordig alle drie doet en dat ze niet zonder elkaar kunnen. De ambachtsman zoals Sennett die tevoorschijn  laat komen, is heel sterk die van de werkende en scheppende mens. Als een glasblazer klaar is, staat er iets. Er is een tastbaar resultaat. Organisatieadviseurs en veranderaars hebben in de loop van de tijd meer en meer afstand genomen van hun scheppende kant. Het proces is op de voorgrond gekomen, maar dat proces, zoals Arendt ook zegt in The Human Condition landt nergens meer. Het gaat door als doel op zich. Voor organisatieprofessionals die hun willen ontwikkelen is het nuttig om (deel) processen te koppelen aan de tastbare resultaten, zoals bijvoorbeeld een mooie  brochure voor een MD traject, een boekje met de uitkomst van de strategiebijeenkomsten of een schets van het ontwerp van de organisatie. Zo maken ze de ‘maakprocessen’ weer zichtbaar.

2  De gevolgen van de industriële revolutie en de opkomst van machines die ofwel het werk van vakmensen kunnen ondersteunen ofwel overnemen, wordt uitgebreid besproken. Beiden was en is aan de orde, maar in ons vak hebben we in de dagelijkse praktijk vaak non-verhoudingen met machines. We gebruiken niet veel machines, misschien zelfs wel te weinig en als we het doen, dan beschouwen we  ze vaak als ding. Niet als nuttig verlengstuk of ondersteuner van ons werk. Voor bijvoorbeeld onze laptop hebben niet hetzelfde respect als dat waarmee een steenhouwer zijn beitels beziet en vertroetelt. Ik praat met meer ‘genegenheid’ over mijn robotstofzuiger Robbie, zelfs nu die werkeloos wacht, omdat voor de tweede keer zijn accu het heeft begeven. Mijn nutteloze, niet functionerende robot heeft een naam. Mijn laptop en al zijn voorgangers zijn altijd naamloos gebleven. Vakgenoten onder elkaar bekijken met argusogen de adviseurs die bijvoorbeeld veel gebruik maken van rekenprogramma’s voor de optimalisatie van werkprocessen, databases voor vragenlijstonderzoek of apps voor elektronische  besluitvorming.  Ik ben benieuwd naar de effecten op ons werk als we naast taal, ons belangrijkste gereedschap, ook andere zaken als ‘gereedschap’ gaan zien en gebruiken.

3  We vinden het normaal om in de keuken stapels kookboeken te hebben liggen. Fervente koks kunnen zelfs uitgebreide gesprekken voeren over het bakken van taarten, foefjes om te voorkomen dat saus schift of winkels waar je de lekkerste ingrediënten kunt halen. Recepten en instructies zijn belangrijke steunpilaren bij het leren koken. Dit geldt ook als het resultaat te wensen over laat of slechts een leuk experiment of een aardige poging genoemd kan worden. Zo enthousiast als we zijn over kookboeken, zo neerbuigend spreken we regelmatig over de zogenaamde ‘how-to’ vakboeken. De complexiteit van ons vak leent zich niet voor recepten. Dat is op zich juist. Er zijn immers zoveel variabelen dat er geen eenduidige recepten met gegarandeerd succes zijn. Dat geldt echter ook voor de kookboeken. Koks passen recepten niet klakkeloos toe, maar passen ze aan; aan het gezelschap, de tijd van het jaar, de gelegenheid, de gangen ervoor en erna. Dan lijkt het alweer heel aardig op ons vak. Ik denk dat wij onszelf en ons vak verder helpen als we eens wat vaker recepten zouden opschrijven en delen. Het is namelijk een heel goede manier om je eigen tacit knowledgde expliciet te maken en daarmee jezelf en je vakgenoten te helpen. Wat dat betreft zou ik benieuwd zijn naar de beschrijving van Diderot in zijn encyclopedie als hij het vakmanschap van de organisatieadviseur zou beschrijven.

Het zichtbaar maken en waarderen van tastbare resultaten, die we mede produceren op basis van ’recepten’ en instructies waarbij we daarnaast  gebruikmaken van een rijk palet aan gereedschappen en machines die we anders waarderen en integraal deel laten uitmaken van ons vakmanschap draagt volgens mij bij aan het ‘aarden’ van ons vak.

 

In het derde blog van deze serie (De werkplaats en de relatie tussen meester(s) en gezellen; Leeromgevingen voor vak ontwikkeling voor organisatie professionals)  ga ik in op vijf factoren voor vak ontwikkeling die mede onze Sioo leeromgevingen vormen.

Tags: , , ,

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 2 september 2014 om 14:57 onder Algemeen, In de Wind, Ontwerpen. U kunt de reacties volgen via de RSS 2.0 RSS-feed. U kunt een reactie achterlaten of een link op uw eigen website plaatsen.

Geef een reactie