[pagevisual]

De stad die naar meneer Sun verhuisde (deel 2)

Door: Marguerithe de Man

Mijn zoon, die architectuur studeert, liet onlangs het boek  “De stad die naar meneer Sun verhuisde” bij me achter met de mededeling: “Dit vind jij ook leuk.” Na onderzoek bleek dat hij gelijk had. In het boek gaan Michiel Hulshof en Daan Roggeveen, een architect en een journalist die beiden in China wonen en werken, op zoek naar de nieuwe metropolen die als paddenstoelen uit de grond schieten. Met deze stedenbouwkundige insteek op de voorgrond komt op de achtergrond de sociale, economische en politieke problematiek in beeld. Tezamen geeft dat een fascinerend beeld van het China van nu. Een deel van het beeld is niet nieuw. Er zijn immers genoeg documentaires op tv en artikelen in kranten die over China, en dan met name de politieke situatie, de economische groei of de milieuproblematiek gaan. “De stad die naar meneer Sun verhuisde” wierp voor mij ook een nieuw licht op China. Het zette me aan het denken over veranderingsprocessen.


Nieuwe metropolen verrijzen onder invloed van het Chinese Go West  beleid, bedoeld om de gapende economische achterstand van het binnenland  ten opzichte van de kust te verkleinen. De gekozen strategie is er een van het aanleggen van zware infrastructuur voor de ontwikkeling uit. Vliegvelden, hogesnelheidstreinen, snelwegen, pijpleidingen en energiecentrales worden in rap tempo ontwikkeld en in gebruik genomen. In de steden gebeurt eigenlijk precies hetzelfde. Daar worden enorme nieuwbouw inspanningen gepleegd. Woontoren na woontoren verreist, nog voor de vraag uit. Op het moment dat de economie aantrekt en er zoiets als een beter betaalde middenklasse ontstaat, moeten die huizen klaar staan.

Dat dit niet zonder slachtoffers kan, is duidelijk.  De steden slokken de landbouwgrond uit de omgeving op. Land wordt onteigend, boeren zijn niet langer boer meer. Uit het boek spreekt een tomeloze energie, creativiteit en ondernemerschap van een deel van de onteigende boeren. In de dorpen bouwen ze zelfstandig  gebouwen van zo’n 4 à 5 etages met kleine woningen en kamers om te verhuren aan de arbeiders die als werkvolk zonder vaste woon- en verblijfplaats met alle bouwactiviteiten meetrekken. Ondernemerschap puur sang. Mister Sun deed dat ook. Hij bouwde een mooi, ecologisch verantwoord gebouw en verdiende daar zijn geld mee. Helaas ziet de Chinese overheid deze dorpen nog steeds als dorp en die willen ze niet in hun mooie megastad. De boeren worden voor de tweede keer onteigend of hardhandig uit hun huizen gezet, zodat ook daar een mooie nieuwe compound met wolkenkrabbers kan verschijnen.

De keuze voor compounds, ommuurde en beveiligde eenheden met dezelfde flats ordelijk gerangschikt richting de zon, blijkt gebaseerd op een eeuwenoude traditie uit de keizertijd. In die tijd werd de stad bestuurd als een militair kamp. De huisvesting binnen de ommuurde  stad  bestond uit woonblokken binnen een grid. De blokken, fang genaamd, waren ook ommuurd. Later werd de huisvesting van grote groepen arbeiders in communistische woon- en werk communes volgens hetzelfde patroon opgezet. De wooneenheden, danwei genaamd, bestonden uit gestapelde arbeiderswoningen met alle benodigde voorzieningen achter de poorten van de fabriek. Hoewel de compounds van nu prachtige fantasienamen hebben, als “Vakantietuin” of “Zonnestad”, zijn de woningen nog net zo eenvormig, en vaak slecht gebouwd als vroeger.

Private projectontwikkelaars trekken de ontwikkeling. Ze letten echter maar op een ding: verkoopbaarheid. Koop bouwgrond tegen een zo laag mogelijke prijs, bouw goedkoop en verkoop zo duur mogelijk. Stedenbouwkundigen die iets verder vooruit kijken, zien direct al twee problemen opdoemen. Zij voorspellen dat ook Chinezen binnenkort niet meer in  eenvormige huizen willen wonen. Daarnaast vindt er enorme speculatie plaats met nieuwbouwhuizen. Dat zal vroeg of laat tot het ineenstorten van de woningmarkt leiden.

De arbeiders die met de bouwprojecten meetrekken zijn vaak afkomstig van het platteland. Ze kunnen daar hun brood  niet meer verdienen. In de stad zijn ze niet echt welkom. Het ontbreekt ze bijvoorbeeld aan papieren waardoor er een maatschappelijke tweedeling ontstaat. Veel andere laagbetaalde arbeiders, die wél in de stad wonen, missen die papieren ook en worden door de stedelingen aangezien voor immigrant en profiteur.

De megasteden hebben het knap moeilijk. De auteurs van “De stad die naar meneer Sun verhuisde” bezoeken 16 steden. Al deze steden proberen zich allemaal op de een of andere manier van elkaar te onderscheiden maar uiteindelijk doen ze  allemaal hetzelfde. Ze bouwen een businessdistrict in de hoop er hoofdkantoren van ondernemingen naar toe te trekken. Het vinden van hun niche is geen gemakkelijke opgave. Wat ze gemeen hebben is dat ze alle oude wijken plat gooien. Soms bouwen ze onder invloed van adviseurs die van mening zijn dat die oude wijken uniek zijn en behouden moeten worden, een oude wijk opnieuw op, maar dan een maatje groter. Restaureren is geen Chinees begrip. Het oude China verdwijnt rap. Ik zag dat jaren geleden in Beijing waar de huttons plaats moesten maken voor winkels en kantoren.

Steden krijgen voor een deel een ultramodern ‘gezicht’. Het centrum van Chongqing, ooit een dorp aan een kruising tussen twee rivieren, bestaat nu uit honderden torenflats verbonden met luchtbruggen waartussen monorails heen en weer schieten. Snelwegen van twee of drie lagen slingeren zich als een achtbaan op palen door het landschap. Daarboven zweven gondels die passagiers van de ene naar de andere kant van de rivier vervoeren, over de daken van de torens heen.  Kan je het je voorstellen? Ik eigenlijk nog niet.

Ik kan enorm genieten van boeken als “De stad die naar meneer Sun verhuisde”. Het zijn boeken die mooie combinaties bieden. In dit geval: een kijkje in een interessant en belangrijk land en inzicht in een inspirerend vakgebied. Die twee samen zetten aan tot reflectie en overpeinzing over veranderen en innoveren.

Dit bericht is geplaatst op donderdag 1 november 2012 om 15:33 onder Algemeen, Methodisch handelen. U kunt de reacties volgen via de RSS 2.0 RSS-feed. U kunt een reactie achterlaten of een link op uw eigen website plaatsen.

Geef een reactie