[pagevisual]

Eén ei is geen ei, een ei erbij en het is van mij!

 Door: Marguerithe de Man

Vorige week gebeurde het weer eens, zo’n moment waarop ik ineens een stuk beter snap wat ik al wist. In het boek “Volmaakt onvoorspelbaar” van Dan Ariely las ik over de “egg theory”.  De egg theory werd bedacht toen bleek dat kant-en-klare cakemix, waar  alle ingrediënten al in zitten, niet  goed verkocht. Toen er weer gewoon eieren aan toegevoegd moesten worden, steeg de omzet weer. De verklaring was dat een cake bakken een belangrijk scheppingsproces is, dat alleen als persoonlijk scheppingsproces gewaardeerd wordt als er door de thuisbakker ‘iets’ aan toegevoegd moet worden, maakt niet uit wat, een ei, wat melk of boter.

Vanwege deze egg theory kijken mensen vaak ook vol bewondering naar de door henzelf in elkaar gezette IKEA kastjes. Ze zijn er zeer tevreden mee, zelfs al hangen de deurtjes een beetje scheef. Die trots en waardering en zelfs zelfoverschatting over het resultaat  loopt verder op als er echt handwerk verricht wordt.

Om verliefd te worden op je eigen ‘maaksel’ of idee is niet veel nodig. Uit experimenten blijkt bijvoorbeeld dat mensen een idee al als een eigen idee ervaren als ze enkel de woorden van de oplossing in de goede volgorde zetten. Wanneer vervolgens het ‘eigen’ idee en een aantal door de onderzoekers aangeleverde ideeën  geëvalueerd worden door de makers dan  werden de eigen ideeën beter beoordeeld dan de aangeleverde.

 

Ik merkte dit effect deze week thuis ook nog weer eens. We hebben een nieuwe bank waarmee je eindeloos veel combinaties kunt maken in de opstelling. De drie losse onderstellen zijn op verschillende manieren te schakelen en de 5 verschillende zitdelen kunnen er in wisselende posities op geplaatst worden. Mijn man en ik waren combinaties aan het uitproberen en natuurlijk vond ik mijn combinaties beter dan de zijne.  Overigens staat de bank nu in een van zijn opstellingen, die maakte hij toen ik weg was. Ik heb er natuurlijk wel een ‘ei’ aan toegevoegd: Ik heb wat zitdelen herschikt.

 

Afscheid nemen van ideeën of oplossingen, waar je als bedenker aan gehecht bent is lastig. Dat weet ik uit ervaring zowel thuis als in mijn werk. Ik had me eigenlijk nooit gerealiseerd dat ik het mijn - deelnemers soms wel erg lastig maak. Tijdens de deelnemers een vernieuwende propositie voor hun eigen dienstverlening. In het laat ik ze varianten bedenken. Het eerste idee is geen probleem. De kunst in het is om vervolgens  varianten te bedenken die ook passen. In het ontwerpboek  De ontwerpfactor(verschijnt juni 2013) noem ik dat “een ei is geen ei”. Varianten bedenken blijkt deelnemers soms moeilijk af te gaan. Dat is jammer want in de verschillende varianten zitten namelijk de parels voor het uiteindelijke ontwerp. Varianten evalueren blijkt trouwens nog moeilijker!  Het is echter wel nodig, want je kunt nu eenmaal niet alle goed ideeën meenemen in je ontwerp. Ik begrijp nu nog weer beter waarom het zo moeilijk is. In het ontwikkelen van varianten vraag ik van deelnemers meer, veel meer dan ergens een ei door te roeren. Ze bakken minimaal drie taarten zelf en dan gaan er toch twee de vuilnisbak in. Niet letterlijk, dat zeg ik ook altijd, het is een goed idee, een mooie oplossing alleen niet voor nu, niet voor dit vraagstuk in deze context, niet voor jou. Maar ooit kan je het (her)gebruiken.  Want nu ik toch eenmaal over die taarten ben begonnen,  zie het maar als techniekoefeningen in de keuken.

Tags: , , ,

Dit bericht is geplaatst op donderdag 6 juni 2013 om 14:26 onder Algemeen, In de Wind, Opleidingen, Organisatieontwerp. U kunt de reacties volgen via de RSS 2.0 RSS-feed. U kunt een reactie achterlaten of een link op uw eigen website plaatsen.

Geef een reactie