[pagevisual]

ACM-inkijkje: gesprek over leiderschap in aanwezigheid van Adriaan Bekman

Gastblog door: René Brohm, kernteamlid van Advanced Change Methodologie

Adriaan Adriaan Bekman blogBekman begint de dag met het omdenken van horizontale en verticale relaties in organisaties. Hij noemt deze de twee vormprincipes in organisaties.

Het horizontale vormprincipe heeft te maken met hoe we ons leven organiseren. We maken, we handelen, we creëren én vice versa: ons leven wordt georganiseerd, we worden gecreëerd en gerecreëerd. Hiermee denkt Adriaan positionele macht om, naar een subtieler verschil.

Als we het horizontale vormprincipe met de metafoor van bewegen in een rivier dan gaat het om: worden we alleen meegenomen, ja zelfs meegesleurd in de stromen en kolken van organisatieprocessen, of zwemmen we ook zelf?

Verticaal is bestemmen en (van boven) gegeven, als verschillend van bewegen. In onze menselijke geschiedenis hebben we door de millennia heen ons gericht naar het lot, de natuur, de goden die onze positie in het leven bestemden en de betekenis van het handelen bepaalden. Net zo kunnen we in organisaties bestemmingen en bepalingen terugvinden. Zo kunnen managers, controllers, commissarissen en bestuurders het bestemmen en bepalen belichamen. En net zo kunnen mensen zich laten bepalen en vastzetten
Als we het verticale vormprincipe vergelijken met de metafoor van de lift, dan kunnen we zeggen dat de niveaus al zijn bepaald en dat we een bestemming kiezen (met knoppen).
Leiderschap werkt op het kruispunt van het verticale ontwerp en de horizontale ontwikkeling. De beweging staat in relatie tot een bestemming. Adriaan werkt met drie aandachtspunten voor leiderschap vanuit dit kruispunt: het vraagstuk, eigenaarschap van het proces en infrastructuur.

Het vraagstuk

Bij het eerste aandachtspunt: het vinden en ontwikkelen van het vraagstuk verkennen wat er op het spel staat en gaan we op zoek naar de vraag achter de vraag. Daar vinden we het kruispunt in het proces van reflectie en betekenisgeving (horizontaal) en de uitkomst als de oriëntatie op waarde (verticaal).
In het begin van zijn boek, Bezieling; filosofie van het georganiseerde leven, haalt Adriaan de inaugurele rede van Harry Kunneman (1995) aan. Hij voelt zich aangesproken door het beeld van Kunneman van moerassigheid in sociale en economische situaties. In de moerassigheid kunnen we wegzinken of kunnen we tijdelijke terpen te bouwen om even op te staan. Maar ‘the high ground’ van pure abstracties, onaantastbare moraliteit, zekerheden en wetmatigheden zal voor altijd onbereikbaar blijven. De terpen zijn tijdelijke constructies die richting en zin geven, onderbouwing voor redenaties gebonden aan tijd en context.

Voor mij, op de manier hoe Adriaan de vraag naar leiderschap introduceert, moet ik denken aan het bovenstaande. Hij gaat niet voor the high ground van onaantastbare prinicipes, maar biedt wel een alternatief voor het spartelen in het moeras. Leiderschap is begrijpen wat gegeven is, een bestemming bepalen in overeenstemming met de omstandigheden, en vervolgens daarnaar handelen. Anders gezegd: de vraag naar leiderschap staat niet alleen het proces op het spel (horizontaal), maar ook de principes en voorstellingen van de bestemmingen (verticaal). Zo werken we met het vraagstuk dat bij elk van ons speelt in relatie tot onze organisatie of opdrachtgever. Het vraagstuk betreft de afstemming tussen de belangen en behoeften van klant, toeleverancier opdrachtgever / leidinggevende, collega’s / community / mede-onderzoekers.

Eigenaarschap

Leiderschap gaat niet alleen over de verhouding tussen horizontale en verticale vormposities te zien, het gaat ook over die visie te verwoorden en daarmee eigenaarschap op de kaart te zetten. Communiceren we zo een boodschap die wordt begrepen, gevoeld en gewild? Organisatieontwikkelingsprocessen verlopen in de tijd. Dat vraagt een ritmische, cyclische sturing en bewaking. Verander- en vernieuwingsprocessen sneuvelen als betrokkenen niet de tijd hebben gereserveerd of voor zichzelf een proces hebben ingericht, waarin ze aan de ontwikkelvragen kunnen werken. De dagelijkse bezigheden dringen zich op en daar kan moeilijk weerstand aan worden geboden.

Eigenaarschap gaat over het beheren van twee soorten van processen voor deelnemers: In de verticale infrastructuur werken we functioneel met elkaar samen. In de horizontale infrastructuur kunnen we als persoon verschijnen en zelf creatief bijdragen. Anders gezegd: de operationele werkzaamheden en het ontwikkelproces. Het ene type proces bevrucht ook het andere proces, maar deze moeten, zeker in het begin, niet te veel door elkaar gaan lopen. Wordt dit niet gedaan dan zullen de operaties de tijd opeten en zijn betrokkenen niet beschikbaar voor activiteiten. De bestaande operationele verticale structuur laat niet gemakkelijk ontwikkeling en verandering toe. Ze is output-gericht, waarbij ontwikkeling vooral een horizontale infrastructuur vraagt, een ontwerp in de tijd van reflectieve ontmoetingsmomenten voor het scheppen van nieuwe input die ons tot een vernieuwd en veranderd denken en handelen brengt.

Opnieuw lijkt het mij dat Adriaan het spartelen in het moeras stelt tegenover het handelen die resulteert in een terp. Zowel vertragen en het scheppen van een reflectieve ruimte als versnellen in de dagelijkse actie lijken mij cruciale elementen in het vormen van proceseigenaarschap.

Infrastructuur

Om beide processen naast elkaar te laten bestaan moet een tijdinfrastructuur ingericht worden, die het de deelnemers mogelijk maakt om op het juiste moment beschikbaar te zijn voor volgende stappen.  Een concrete tip is om deze reflectieve experimenteerruimte voor een jaar in te plannen. Doordat dit zichtbaar wordt in de agenda’s, is de kans van slagen aanmerkelijk groter. Ook wordt door het ritmisch, regelmatig werken iets substantieels opgebouwd. Men hoeft niet steeds van voren af aan te beginnen, hetgeen belangrijk is omdat in ontwikkelprocessen alles zelf vormgegeven moet worden.

Afsluitend

Aansluitend op de gesprekken die we hebben gehad in de vorige tweedaagse over macht en systemen is het omdenken in horizontale en verticale vormingsprincipes een aanvulling. Zowel in horizontale als verticale dimensie is bepaald worden en empowerment een mogelijkheid. Op een horizontaal niveau kunnen we zowel meedrijven (go with the flow) als meegesleurd worden in de maalstroom. In een verticale dimensie kunnen we bestemmingen, natuurlijke verhoudingen, geboden en bepalingen aannemen, laten bepalen, maar ook afstemmen op het geheel. In deze moerassigheid kunnen we handelen met wat voor handen is, richting houden op verbeelde bestemmingen.

Dit bericht is geplaatst op donderdag 16 april 2015 om 15:34 onder Advanced Change Methodologies, Algemeen, Gastblog. U kunt de reacties volgen via de RSS 2.0 RSS-feed. U kunt een reactie achterlaten of een link op uw eigen website plaatsen.

Geef een reactie