[pagevisual]

Leiderschap in de top van Gemeenten

Door: Sandra Kensen

Bij de start van de nieuwe VGS/Siooleergang ‘ in de top ’ (voor - en -secretarissen) ontstond een discussie die ik niet had verwacht. Nico Swellengrebel (een van de docenten) kreeg de vraag hoe hij samenwerkt met zijn -secretaris. Nico, vertelde dat zijn gemeente nog een sectorenmodel kent; in het managementteam is één van de sectordirecteuren loco-secretaris en deze vervangt Nico, als hij afwezig is. Nico werkt niet anders met zijn loco-secretaris, dan met de andere sectordirecteuren. Toen ontstond dus de discussie die ik niet had verwacht.

Eén van de deelnemers reageerde met: “Onze gemeentesecretaris richt zich op het college van B&W en ik richt me op de organisatie”. Zij is dus adjunct-directeur. Een ander vertelde dat zij alleen werd geacht de gemeentesecretaris te vervangen bij zijn afwezigheid. Een derde zei: “Ik ben adjunct-directeur van een gemeentelijke dienst van 1000 fte. Hoewel ik dus geen adjunct-gemeentesecretaris ben, heeft de gemeentesecretaris mij wel benoemd in de commissie die de organisatieontwikkeling van de gemeente ter hand neemt”. Zo kun je dus een rol krijgen zonder de positie te hebben.

Gemeenten met sectoren of diensten kennen een locosecretaris. Hij of zij is één van de sectordirecteuren of diensthoofden en vervangt de gemeentesecretaris bij afwezigheid. Gemeenten met een directiemodel hebben behalve een gemeentesecretaris/algemeen directeur, ook een adjunct-secretaris/adjunct-directeur. In grotere gemeenten kunnen er meer dan twee directeuren zijn. De directieleden geven gezamenlijk leiding aan de afdelingshoofden.

Ik heb me afgevraagd waarom ik die discussie over de organisatiestructuur en de formele positie van de deelnemers aan de leergang niet had verwacht. Mijn verbazing legde mijn vooronderstelling bloot: De dynamiek waar de deelnemers aan de leergang onderdeel van zijn en de rollen die ze pakken, zijn van groter belang voor de bijdrage die ze kunnen leveren aan de gemeentelijke organisatie, het gemeentebestuur en de gemeenschap, dan de structurele positie die ze hebben.

Omdat het altijd goed is om aannames te onderzoeken, stel ik graag de volgende vragen aan de orde. Hoe helpt de formele positie van adjunct-secretarissen hen met wat ze met anderen kunnen bereiken? Zijn verschillen daarin te danken aan het verschil in organisatiestructuur? Deze vraag is belangrijk, omdat er veel tijd, aandacht en middelen gaan naar (het praten over) organisatiestructuur en het veranderen ervan. Wat is het belang dat daarmee wordt gediend en in wiens belang is het?

Aardema en Korsten beschrijven in Gemeentelijke organisatiemodellen (2009) de voor- en nadelen van het sectorenmodel van de 90-er jaren en het directiemodel van begin deze eeuw. De auteurs menen dat het directiemodel meer invloed aan de gemeentesecretaris biedt dan het sectorenmodel. In het directiemodel is de gemeentesecretaris de baas van de gemeentelijke organisatie en ‘omringt deze zich met één of meer directeuren’. In het sectorenmodel zijn de sectorhoofden de baas over ‘hun eigen tent’ en is de gemeentesecretaris slechts technisch voorzitter van het managementteam en boodschapper van het College van B&W. Zo bekeken, blijft het de vraag of het directiemodel ook meer invloed biedt aan de 2e man of vrouw dan het sectorenmodel. Immers, de locosecretaris is behalve 2e man of vrouw, tevens baas over zijn of haar sector. Misschien biedt dit juist meer vrijheid van handelen?

Om het belang van een formele positie te onderzoeken, stel ik u graag de vraag in hoeverre u uw positie ervaart als grens of als ruimte? Meer specifiek: In welke situaties ervaart u meer autonomie en in hoeverre komt dit het veranderproces waar u leiding aan geeft, ten goede?

Gemeentesecretarissen: Hoe werkt u samen met uw adjunct of loco?

Loco’s en adjuncten: Welke ruimte kunt u, mag u en wilt u pakken?

Anderen in de omgeving van adjuncten en loco’s: Wat is uw reële verwachting van uw adjunct of loco?

Graag uw reacties!

Tags: , , , ,

Dit bericht is geplaatst op donderdag 5 april 2012 om 15:08 onder Algemeen, Gemeenten, Leiderschap, Professionaliseren. U kunt de reacties volgen via de RSS 2.0 RSS-feed. U kunt een reactie achterlaten of een link op uw eigen website plaatsen.

3 reacties op “Leiderschap in de top van Gemeenten”

Brechtje zegt:

april 18th, 2012 at 15:52

Beste Sandra,
Leuk om over je verbazing en je reflectie daarover te lezen. Mogelijk zit er nog een vooronderstelling achter je verbazing verborgen. Je lijkt aan te nemen dat de implementaties van de modellen (sectoren- of directie-) in de verschillende gemeenten grosso modo hetzelfde is. In mijn ervaring is de inrichting van een organisatie weliswaar gebaseerd op/ te typeren als en specifiek model, maar in de praktijk toch ook behoorlijk afwijkend van de ideale vormgeving. Gelukkig maar, want de ideaaltypische vorm past natuurlijk nooit helemaal op elke specifieke, locake context.  

Ik ben ervan overtuigd dat de organisationele structuur veel van de grenzen en ruimte voor handelen bepaald. Menselijk gedrag wordt grotendeels bepaald door het systeem waar hij/zij zich op dat moment bevindt. Zo gedraag je je anders tov je kinderen, je collega’s je sportteamgenoten et cetera. Daarbij zie ik de organisatiestructuur wel breder dan de smalle opvatting van de formele positiestructuur waar jij in je blog naar verwijst. Als je niet alleen de formele positie (machts)structuur, maar ook de werkprocesstructuur en de betekenisstructuur beschouwt is veel van het gedrag van de subsystemen en organisatieleden ‘structuurbepaald’ en navolgbaar.
Groeten, Brechtje 

Paul Valens zegt:

april 26th, 2012 at 11:46

Vers terug uit Thai heb ik de neiging om wat internationaal te kijken
 
 
Ik geloof dat Fransen geen adjuncten kennen
 
Alleen maar bazen en ondergeschikten
 
 
Amerikanen lijken allemaal Vice-President te zijn
 
 
Op departementen in Den Haag wil iedereen plaatsvervanger zijn
 
Om maar geen vergadering te hoeven missen
 
 
Ik geloof het meest is 100% onverdunde functies
 
Met informele ad-hoc afspraken over vervangingen
 
 
Hoe informeler, hoe menselijker, hoe beter
 
 
Waar ik niet in geloof, zijn topmanagers in gemeente, die alleen maar managen
 
En geen oog zouden hebben voor politiek-bestuurlijke gevoeligheden
 
 
Een prachtig – helaas uitverkocht – boek hierover is Phillippe d’Iribarne, Eer, Contract en Consensus
 
Over verschillen tussen rolopvattingen van middelmanagers in Frankrijk, USA en Nederland
 
 
Maar heel aardig is ook deze link:
 
http://www.understandfrance.org/France/Intercultural3.html
 
 
 
Paul

Sandra Kensen zegt:

mei 9th, 2012 at 15:07

“Loop er eens omheen en zie de verschillende kanten”, zo adviseren de reacties op de vraag of de positie van adjunct- of locogemeentesecretaris een grens of een ruimte is. De positie kent grenzen door de dimensie waar het werk op wordt gestructureerd, zo betoogt Brechtje Kessener. Op positie: hoe belangrijk ben ik ten opzichte van de anderen? Op betekenis: wat maakt mijn inbreng belangrijk in relatie tot de inbreng van anderen? Op procedure: wat is mijn taak in de volgorde der dingen? Alle drie de dimensies zijn aanwezig, maar wat staat op de voorgrond in jouw werkcontext? Dimensies kunnen tevens interfereren, bijvoorbeeld in Paul Valens’ vraag: Welke betekenis wordt gehecht aan positie, in het bijzonder in Nederland, want wat levert positie je op aan status?  
Kortom,  bij de ene gemeente zal je anders over jezelf spreken als adjunct- of locosecretaris dan in een andere gemeente. En zal er tevens anders over jou worden gesproken. Want ben je de adjunct die een gelijkwaardige partner is van de gemeentesecretaris met wie deze overlegt, beslist en de taken gelijk verdeelt? Of ben je iemand met wie moet worden afgestemd en die waar kan nemen bij afwezigheid, maar verder toch ondergeschikte is en met name zorg draagt voor de bedrijfsvoering? In het eerste geval ben je zo belangrijk als de gemeentesecretaris en ligt jouw betekenis in alert zijn, sparringpartner zijn en het andere perspectief of talent inbrengen. In het tweede geval ben je een schakel in de logistiek van het doorgaande werk. In welke schakering van dimensies kom jij het best tot je recht: wat kun je goed, wat doe je graag, wie wil je zijn? In de beantwoording van deze laatste vraag ligt je ruimte.

Geef een reactie