[pagevisual]

“Onderweg” bezien vanuit “De Ontwerpfactor”, de waarde van recepten

Door: Marguerithe de Man, programmamanager van In de Wind met een passie voor het ontwerpen van leeromgevingen

Onlangs was de boekdoop van het nieuwe boek van Jaap van ’t Hek en Leike van Oss: “”. De vraag van Jaap en Leike was om tijdens de boekdoop iets te doen met ”” vanuit het perspectief van je eigen boek. Een eerste blik op de inhoudsopgave maakte duidelijk dat een belangrijk deel van het boek bestaat uit oefeningen en checklists. Daar werd ik wel enthousiast van.  Ik las het boek en schreef onderstaande reflectie. Tijdens de bijeenkomst  reageerde Thijs Homan op mijn reflectie. In een volgende bijdrage lees je mijn reactie op Thijs zijn bijdrage.

Oefeningen en checklists

Oefeningen en checklists zitten, in mijn optiek, daar waar theorie en praktijk samen komen en zichtbaar wordt. Ze zijn de materialisatie van de theorie en ondersteunen het handelen in de praktijk. Oefeningen en checklists zijn de recepten en technieken van de veranderaar.

Leike kan goed koken. Kijk maar naar haar foto in het boek. Zo kijkt ze als iets buitengewoon goed gelukt is. Jaap houdt van lekker eten, zie zijn foto. De armen voldaan gekruist over de buik. Koken is ook een pragmatische bezigheid. Het begint met de ambitie van een geslaagde maaltijd, misschien geïnspireerd door  een paar mooie foto’s van gerechten in een kookboek of tijdschrift. Daarna begint het pas echt. In het maak-proces van ambitie tot geserveerde en  gegeten maaltijd is het buitengewoon belangrijk dat je als kok beschikt over een arsenaal aan recepten en kooktechnieken.

In de veranderliteratuur wordt soms met dedain gesproken over receptenboeken en receptenkennis. Ik vind dat jammer, want alleen door eerst “uit het boek en volgens het boekje” te koken leer je zelf koken. Dan pas weet je welk ingrediënt je door iets anders kunt vervangen, wat je ongestraft kunt weglaten en welke toevoeging er net jouw touche aan geeft. Je weet wat je kunt doen als er iets gaat schiften en hoe je kunt repareren als de taart toch iets te zwart uit de oven komt. Ook als je al een goede kok bent, leer je door het delen en bespreken van recepten en technieken steeds weer bij. Leike en Jaap laten dat in hun boek ook zien als ze de verschillende kennistypen van Lam aanhalen. Door je eigen recepten en technieken op te schrijven of te vertellen aan anderen maak je je eigen embodied knowledge de door ervaring verworven patroonmatige impliciete kennis, expliciet.

Een uitstapje naar De ambachtsman van Sennett

Eerder schreef ik naar aanleiding van  De Ambachtsman, de mens als maker van drie blogs, te vinden op http://blog.sioo.nl/. In een van die blogs  ging ik in op het belang van recepten. In het kader van deze bijdrage zoom ik in op een ander aspect van recepten, dat ik ook aan Sennett ontleen. Sennett schrijft een prachtig hoofdstuk over expressieve instructies. In de werkplaats is het gesproken woord doeltreffend als het gaat om de complexe processen van betekenisgeving. Betekenisgeving wordt overigens in Onderweg heel illustratief beschreven. Sennett pleit ervoor om de geschreven teksten niet af te danken, maar wel te streven naar, wat hij noemt, expressieve instructies. Instructies die het als het ware laten zien hoe het gaat. Hij illustreert dat aan de hand van een heel ingewikkeld  recept voor een uit te benen, gefarceerde kip. Hij voert vier type receptbeschrijvingen op, waarvan er een mij heel erg aansprak.

1) De onwerkzame omschrijving

Allereerst voert hij de onwerkzame omschrijving op. Een type beschrijving dat helaas vaak voor komt (denk maar eens aan handleidingen bij apparaten). Een zin uit zo’n recept luidt bijvoorbeeld: Snijd de verbinding van de schouderbladen door bij het vleugelgewricht, pak ze stevig vast tussen duim en wijsvinger van je linkerhand en trek ze met de rechterhand uit het vlees. Maak het vlees los van het borstbeen door met de punt van het mes over de rand te gaan en maak met je vingertoppen het vlees aan de zijkant los. Overigens moet dit per se met een 18 cm lang scherp mes.  Wat hier gebeurt, is  dat je waarschijnlijk direct na de eerste zin afgehaakt bent, tenzij je over heel veel vakkennis beschikt. Als je wel aan de slag gaat, zal in de praktijk de kip waarschijnlijk geruïneerd worden of je zal jezelf verwonden met dat lange scherpe mes. Het lukt deze kok niet om zijn impliciete embodied knowledge, expliciet te maken.

2) De sympathieke illustratie

Daarna voert hij Julia Child op die, wat hij noemt, een sympathieke illustratie van het recept geeft door zich te identificeren met de onervaren kok die kip moet bereiden. Ze structureert het recept in zes heel duidelijke fases rondom kritische handelingen. Ze geeft praktische instructies zoals : “zet de snijkant van het mes altijd tegen het bot .. “ En ze gebruikt veel analogieën; “het doorsnijden van een kippenpees is technisch vergelijkbaar met het doorsnijden  van een stuk touw, maar voelt net even anders aan.”  Ze anticipeert op de hindernissen en de gevaren voor de onervaren kok.

3) De decorbeschrijving

Het recept van Elizabeth David vervolgens, valt volgens Sennet te typeren als een decorbeschrijving. Ze gebruikt rijke beelden, anekdotes en korte verhalen om, in dit geval, het verhaal van een oude taaie kip en een kok te vertellen. Ze schrijft zo rijk en beeldend dat je ziet hoe de kok de vulling onder de huid aanbrengt en daardoor begrijp je wat je te doen staat.

4) De metafoor

En dan mijn favoriet. Het recept van mevrouw Benshaw, de Iraanse kooklerares van Sennett. Na lang nadenken schreef ook zij haar recept voor de uitgebeende gefarceerde kip op. Met aanpassingen van Sennett leverde dat het volgende recept op:

Je dode kind (de kip) Maak je klaar voor een nieuw leven (ontbeen). Vul hem met aarde (farceer). Wees voorzichtig! Hij mag niet teveel eten (matig met de vulling). Trek hem zijn gouden jasje aan (bak aan voor het braden). Je baadt hem (maak het pocheervocht). Verwarm hem maar pas op! Teveel zon doodt een kind (oventemperatuur 130 graden). Doe hem zijn sieraden om (schenk na de bereiding de paprika saus erover heen).

Kortom, bruikbare recepten schrijven voor anderen is knap lastig. Komt de afkeer in ons vak (bedoel je de afkeer voor ons vak?) daar soms vandaan?

Wat Van ’t Hek en Van Oss in “Onderweg” in elk geval niet doen, is zich schuldig maken aan onwerkzame omschrijvingen. Ze maken daarentegen  veelvuldig gebruik van “de sympathieke illustratie” en de “decorbeschrijvingen”, waarbij regelmatig gewisseld wordt tussen mededogen met de kok en de kip. Ook de “metaforen” ontbreken niet.

Onderweg en

In “de Ontwerpfactor” zet ik de spotlights op een ondergewaardeerd en in mijn optiek vooral vaak verkeerd geïnterpreteerd aspect van ons vakmanschap: Het vermogen om te kunnen ontwerpen. Ontwerpen is een activiteit die tot doel heeft het verbeelden – en realiseren – van een in de denkwereld van de ontwerper – of het meervoud daarvan – nog niet bestaande, innovatieve oplossing voor een gesteld probleem c.q. een te realiseren ambitie. In “Onderweg” wordt regelmatig over ontwerpen gesproken. Hoewel het nergens wordt toegelicht gebruiken Jaap en Leike een meer oplossingsgerichte benadering  van ontwerpen en het ontwerpproces, net als ik.  >>Het ontwerpproces, de organisatieverandering start daarin met het formuleren en verhelderen van de ambitie. Een ambitie die onderdeel is van het perspectieven en belagenspel van de diverse betrokken actoren.<< (Deze zin begrijp ik niet) De ambitie kan dus nooit opgehaald worden bij slecht een persoon en is ook nooit waardenvrij. De ambitie is één ding maar het leren kennen en doorleven van de praktijk van alledag, in het hier en nu, is even belangrijk. Jaap en Leike noemen het de kloof tussen plannenmakerij en de rommelige realiteit van alledag. Het veranderproces is de tocht door de kloof. Volgens mij is er nog iets meer nodig; een realitycheck op de overbrugbaarheid tussen ambitie en de realiteit van alle dag in relatie tot de inspanningen en investeringen die de organisatie wil en kan doen.  Pragmatisch veranderen betekent voor mij ook dat je ambities kunt bijstellen naar beneden als ze te hoog gegrepen zijn, of omhoog als ze te voorzichtig geformuleerd zijn, in plaats van ieders ongeluk te organiseren door met een niet passende ambitie op stap te gaan.  Ik zet geen tussengerecht van  in tempura gefrituurde courgettebloemen, op het door mij te bereiden  kerstdiner voor 25 personen.

Als ambitie en praktijk min of meer helder zijn, begint dat wat ik noem het tastende zoeken in de oplossingsruimte, design thinking. Een subtiel evenwicht vinden in mogelijkheden bedenken, kiezen en starten met experimenteren en blijven denken, kiezen en experimenteren. Waarbij de uitdaging is om dingen te laten groeien en met rust te laten, darlings te killen en uit Dantes hel te blijven. Ofwel een proces vorm te geven waarin wel ruimte is voor de theoretische twijfel maar niet voor de pragmatische weifel. In “Onderweg” wordt dit laatste in een aantal hoofdstukken heel precies beschreven. Terwijl  in “de Ontwerpfactor” ontwerpen en het ontwerpproces en het belang van het begrijpen van je eigen proces centraal stelt. Ondanks het verschil in focus van beide boeken, hebben ze ook een belangrijke overeenkomst; ze gaan beide heel sterk in op het vakmanschap van de ontwerper-veranderaar.

Tot slot nog een keer Sennett

Ik keer weer even terug naar het boek van Sennett. In “de Ontwerpfactor” maak ik veelvuldig gebruik van een voor mij belangrijk veld van inspiratie, dat van de architectuur en de stedenbouw.  Sennett komt op een gegeven moment ook bij de architectuur uit. Hij vertelt het verhaal van de architect Loos en de filosoof Wittgenstein die beiden een huis bouwen. Ondanks het feit dat Wittgenstein in tegenstelling  tot Loos over onuitputtelijke financiële reserves kon beschikken, blijkt uiteindelijk dat zijn huis ‘het’ net niet is. Het mist oorspronkelijk leven. Oorzaak? Wittgenstein beredeneert en berekent alles in verhoudingen terwijl Loos al werkend in het proces een serie besluiten en aanpassingen doet. Uit deze anekdote zijn vijf zeer herkenbare lessen voor goed vakmanschap te destilleren, die mijns inziens de kern van beide boeken raken:

1     De goede vakman kent het belang van een schets. Je weet niet precies  wat je gaat doen als je begint. De schets voorkomt een voortijdig slot want je kunt niet weten wat je kunt bereiken voordat het werk begint.

2     De goede vakman hecht waarde aan onvoorziene gebeurtenissen en beperkingen. Als je je materiaal kent, ben je in staat om problemen te zien als kansen en uit te buiten in intuïtieve sprongen.

3     Een goede vakman moet vermijden dat hij een probleem isoleert van andere vraagstukken want dan verliest het zijn relationele karakter. Dan levert de oplossing geen meerwaarde aan het geheel.

4     Een goede vakman gaat perfectionisme uit de weg, zeker als die er alleen aan bijdraagt om te laten zien wat hij kan of wanneer hij vorm boven het belang van functie stelt.

5     Een goede vakman weet wanneer het tijd is om te stoppen, namelijk wanneer meer werk afbreuk gaat doen omdat het als het ware de productie van het werk uitwist.

Tags: , , , ,

Dit bericht is geplaatst op maandag 26 januari 2015 om 15:15 onder Algemeen, Ontwerpen. U kunt de reacties volgen via de RSS 2.0 RSS-feed. U kunt een reactie achterlaten of een link op uw eigen website plaatsen.

Geef een reactie